Spring naar inhoud

10.5 Toelichting op de geconsolideerde balans

(in 1.000 euro’s na resultaatbestemming)

10.5.1 Immateriële vaste activa

Het verloop van de immateriële vaste activa is als volgt weer te geven:
          Overige immateriële vaste activa
           
Stand per 1 januari 2025          
Aanschafprijs         37.304
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen         -20.001
Boekwaarde         17.303
           
Mutaties in de boekwaarde:          
Investeringen         3.370
Afschrijvingen         -7.070
Totaal mutaties         -3.700
           
Stand per 31 december 2025          
Aanschafprijs         40.674
Cumulatieve afschrijvingen en waardeverminderingen         -27.071
Boekwaarde         13.603
De overige immateriële vaste activa heeft betrekking op geactiveerde ontwikkelingskosten inzake software en heeft een resterende economische levensduur van 3 jaar – 5 jaar. Ultimo 2025 is voor € 0,0 miljoen (2024: € 0,0 miljoen) aan ontwikkelingskosten inzake software geactiveerd welk nog niet in gebruik is genomen. De bijzondere waardeverminderingen zijn verantwoord onder toegerekende organisatiekosten in de winst-en-verliesrekening.

10.5.2 DAEB- en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

        DAEB Niet-DAEB
           
Stand per 1 januari 2025          
Aanschafprijs       5.007.950 1.267.868
Cumulatieve waardeveranderingen       6.516.427 1.163.259
Marktwaarde onder aftrek van voorziening       11.524.377 2.431.127
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen       23.653 565
Marktwaarde voor aftrek van voorziening       11.548.030 2.431.692
           
Mutaties in het boekjaar:          
Investeringen:          
- Initiële verkrijgingen       242 0
- Uitgaven na eerste waardering       95.821 18.234
- Overboekingen van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie       170.292 103.631
           
Buitengebruikstellingen en afstotingen       -76.801 -18.940
Overboekingen naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie       -14.786 -244
           
Waardeveranderingen:          
- Waardeveranderingen (winsten of verliezen als gevolg van aanpassingen van de marktwaarde)       351.410 1.805
- Waardeveranderingen onrendabele investeringen en herstructureringen       -83.622 -19.301
           
Overige mutaties:          
- Overboeking van DAEB naar niet-DAEB       -8.432 8.432
- Overboeking van niet-DAEB naar DAEB       3.792 -3.792
Totaal mutaties       437.916 89.825
           
Stand per 31 december 2025          
Aanschafprijs       5.272.589 1.378.481
Cumulatieve waardeveranderingen       6.689.704 1.142.471
Marktwaarde onder aftrek van voorziening       11.962.293 2.520.952
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen       42.655 7.617
Marktwaarde voor aftrek van voorziening       12.004.948 2.528.569

De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). Hierbij heeft de Alliantie de fullversie gehanteerd. In het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ is opgenomen dat de fullversie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

Het waarderingscomplex is bepaald aan de hand van vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie.

De externe taxateurs zijn ingeschakeld bij de waardering van het vastgoed in exploitatie.

Hierbij is de volgende taxatiecyclus gehanteerd:
In jaar 2025 heeft een full-waardering van 39% van het vastgoed plaatsgevonden. Het overige deel heeft door middel van een interne waardering (49%) of een taxatie-update (12%) plaatsgevonden. De (deel)portefeuille is door de Alliantie in drie vergelijkbare delen verdeeld, waarbij representativiteit vereist is en waarbij de individuele complexen minimaal één keer in de drie jaar middels een full-waardering getaxeerd worden door de externe taxateurs.

Het gehanteerde rekenmodel betreft Reaturn TM Woningcorporaties versie 5.8.11 en is voorzien van een goedkeurend assurancerapport gedateerd 2 februari 2026

De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor woongelegenheden, bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed, parkeergelegenheden en intramuraal vastgoed zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’.

De fullversie maakt gebruik van vrijheidsgraden. Dit betekent dat voor de waardering van vastgoed in exploitatie kan worden afgeweken van de veronderstellingen en disconteringsvoet zoals opgenomen in de basisversie. De belangrijkste veronderstellingen en disconteringsvoet worden hieronder per categorie vastgoed in exploitatie nader toegelicht.

Vrijheidsgraden

De Alliantie heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. Onder toepassing van de full-versie heeft de Alliantie voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek afwijkende standpunten ingenomen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen de Alliantie opereert. De invulling van deze vrijheidsgraden is door de externe taxateurs beoordeeld op aannemelijkheid bij de taxatie van de complexen die zij hebben getaxeerd.
Vrijheidsgraad Beschrijving
Markthuur Samen met andere corporaties is op basis van recente verhuringen van vrije sectorwoningen de markthuur afgezet tegen de leegwaarde. In de waardering wordt markthuur bepaald als afgeleide van de leegwaarde. De gemiddelde mutatiehuur per woning per maand bedraagt € 1.214 (v.j. € 1.174).
Markthuurstijging 2026 4,0%, 2027 3,0% en 2028 en verder 2,0%
Leegwaarde De leegwaarde is op eenheidsniveau afgeleid uit recente markttransacties van soortgelijke eenheden.
Leegwaardestijging In overleg met relevante andere corporaties en onze taxateurs wordt per wijk of stadsdeel bepaald wat de leegwaardestijging is voor de komende jaren.
Disconteringsvoet Wij gebruiken een disconteringsvoet die als volgt wordt opgebouwd:
1.     Basis disconteringsvoet bestaande uit een Risicovrije rente (conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde) en een sector gebonden opslag bepaald in samenspraak met taxateurs, gezamenlijk 5,2% (2024 5,2%);
2.     Vaste risico opslagen bestaande uit (range -0,25%-% tot 1,45%):
- Locatie opslag op basis van locatie gebonden marktrisico’s;
- Object opslag op basis van object gebonden objectrisico’s;
3.    Dynamische risico opslagen
De hoogte van de dynamische opslag is afhankelijk van het gehanteerde waarderingsscenario:
- Opslag exploitatie: exploitatierisico uitgedrukt in een ratio contracthuur/mutatiehuur t.o.v. de gemiddelde mutatiegraad;
- Opslag uitponden: uitpondrisico uitgedrukt in een ratio huur/leegwaarde t.o.v. de gemiddelde mutatiegraad;
Incidentele opslagen worden gebruikt in geval van specifieke risico’s:
- Opslag verkoopbeperkingen: risico al naar gelang de complexgrootte en of de beperking wel of niet van toepassing is;
- Opslag specifieke beperkingen: resterende risico’s die niet al verwerkt zijn in de voorgaande opslagen of in de kasstroom zelf.
4.     Incidentele opslagen ter compensatie van specifieke complexrisico’s
De opbouw van de disconteringsvoet wijkt voor punt 3 en 4 af voor parkeergelegenheden en bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed. De exploitatierisico’s worden voor deze vastgoedcategorieën bepaald op basis van een objectopslag en een marktcorrectie. Daarnaast wordt voor parkeerplaatsen een risico-opslag gehanteerd bij het uitpondscenario in vergelijking tot het doorexploiteerscenario.

De vastgestelde disconteringsvoet wordt getoetst aan de in de markt toegepaste disconteringsvoeten. Wanneer referentietransacties daartoe aanleiding geven, zal een extra op- of afslag worden toegepast (marktcorrectie).
Mutatie- en verkoopkans Doorexploiteerscenario: Als basis wordt de gemiddelde mutatiekans van de betreffende verhuureenheden over de afgelopen vijf jaar (2020-2025) ) gehanteerd. Deze kan aangepast worden gegeven kenmerken van de huidige huurderspopulatie en de verwachting van de toekomstige mutaties.

Uitponden: Als uitgangspunt wordt gehanteerd dat de mutatiekans gelijk is aan het doorexploitatiescenario. Hierbij wordt rekening gehouden met verkooprestricties op het vastgoed. Dit kan bestaan uit de verkooprestrictie zoals deze volgt uit het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, waarbij bij complexen met woningen met minder dan 142 punten (90%) de eerste 7 jaren niet verkocht mogen worden. Hiernaast wordt rekening gehouden met verkoopbeklemmingen gebonden aan het vastgoed vanuit privaatrechtelijke overeenkomsten.
Instandhoudingsonderhoud doorexploitateerscenario Normbedrag per verhuureenheid afhankelijk van het type, het bouwjaar, het type kozijnen (kunststof of hout) en het type installaties (cv en warm water) bij een exploitatie van langer dan 25 jaar. De basis hiervoor is de Vastgoed Taxatiewijzer, waarbij complexspecifieke op en afslagen kunnen worden gehanteerd.
Instandhoudingsonderhoud uitpondscenario Normbedrag per verhuureenheid afhankelijk van het type, het bouwjaar, het type kozijnen (kunststof of hout) en het type installaties (cv en warm water). De basis hiervoor is de Vastgoed Taxatiewijzer voor 25 jaar, waarbij complexspecifieke op- en afslagen kunnen worden gehanteerd.
Achterstallig onderhoud: Achterstallig onderhoud of onderhoudsgebreken worden op basis van de contante waarde van de verwachte uitgaven in mindering gebracht op de waarde van de verhuureenheid. Achterstallig onderhoud betreffen kosten die het gevolg zijn van:
1.     onvoldoende onderhoud (herstel van technische gebreken aan gebouwdelen die een hogere conditiescore hebben dan 4 conform NEN 2767 of vergelijkbaar).
2.     externe omstandigheden (zoals dalende grondwaterstand of aardbevingen)
3.     publiekrechtelijke beperkingen (zoals de vervanging van asbest) of herstel van funderingsproblemen die een direct gevaar vormen voor de elementaire gebouw-prestaties en voor het op lange termijn doorexploiteren van de verhuurbare eenheid, danwel het complex.
Technische splitsingskosten Splitsingskosten zijn relevant in het uitpondscenario. Deze kosten dienen gemaakt te worden voordat verkocht wordt en dienen derhalve bij t=0 te worden opgenomen. Technische splitsings-kosten zijn de kosten die worden gemaakt ten behoeve van de nadere voorwaarden, die voortvloeien uit de afgegeven splitsingsvergunning door de gemeente. Het gaat hierbij niet om onderhoudskosten, maar om de aanvullende eisen die in het kader van de splitsing dienen te worden gerealiseerd.
Erfpacht Doorexploitatie waardering:
Inrekening van de jaarlijkse canon. Op het moment dat de afgekochte periode afloopt, wordt de canon opnieuw afgekocht voor een periode van 75 jaar.
Op het moment dat de canon wordt herzien, wordt de canon afgekocht voor een periode van 75 jaar.
Uitpondwaardering:
       Op het moment dat de woning wordt uitgepond wordt de canon van de woning voor 50 jaar afgekocht
       Wanneer de afgekochte periode van de canon voor het moment van uitponden valt, wordt vanaf deze periode, tot het uitponden, een herziene canon (grondwaarde * canon percentage) berekend.
Bijzondere omstandigheden Er is rekening gehouden met verkoop- en verhuurbeklemmingen wanneer deze blijken uit privaatrechtelijke overeenkomst zoals aankoopovereenkomsten en akten. In geval van een verkoopbeklemming is de marktwaarde bepaald op basis van het principe van door-exploiteren. Indien er sprake is verhuurrestricties is de mutatie huur gebaseerd op de geldende huurrestricties in plaats van de markthuur.

De convenanten/prestatieafspraken gemaakt met Gemeentes zijn niet ingerekend als beklemmingen op het vastgoed aangezien deze niet overgedragen worden bij uitponden.

Disconteringsvoeten en macro-economische parameters

Op basis van artikel 31 BTIV wordt er onderscheid gemaakt tussen vier categorieën vastgoed. Bij alle categorieën wordt de DCF (Discounted Cash Flow)-methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:
Gemiddelde disconteringsvoeten 2025 2024
Woongelegenheden 7,11% 7,23%
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 7,44% 7,32%
Parkeergelegenheden 6,39% 6,01%
Zorgvastgoed 6,06% 6,06%

De rendementsverwachting van beleggers is in 2025 verder genormaliseerd, mede als gevolg van een stabieler economisch klimaat, matiger inflatie en afgenomen volatiliteit op de financiële markten. De renteontwikkelingen zijn in 2025 gestabiliseerd, na de verlagingen vanaf medio 2024. Ondanks de gunstigere financieringscondities blijft de disconteringsvoet bij woongelegenheden in 2025 op een verhoogd niveau. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door aanhoudende onzekerheden rondom de regulering van de huurmarkt, waaronder de Wet betaalbare huur, en de fiscale wijzigingen in box 3, die de voorspelbaarheid van huurkasstromen beïnvloeden. Bij de vastgoedcategorie bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed is tevens een lichte stijging van disconteringsvoet te zien ten opzichte van vorig jaar.

De volgende relevante veronderstellingen worden gemaakt per categorie ten aanzien van de waardering:

Woongelegenheden
Parameters woongelegenheden: 2026 2027 2028 2029 2030 e.v.
Prijsinflatie 2,6% 2,2% 2,2% 2,2% 2,0%
Looninflatie 4,2% 3,3% 3,3% 3,3% 2,5%
Bouwkostenstijging 4,2% 3,3% 3,3% 3,3% 2,5%
Leegwaardestijging 4,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
  2025 2024
Beheerkosten per EGW € 569 € 542
Beheerkosten per MGW € 558 € 532
Beheerkosten per Studenteneenheid € 526 € 502
Beheerkosten per Zorgeenheid (extr.muraal) € 515 € 491
  2025 2024
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,05%-0,14% 0,05%-0,14%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,07% 0,07%
Huurderving (% van de huursom) 1,0% 1,0%
Mutatiekans bij doorexploiteren 0,6-15% (gem. 6,13%) 0-15% (gem. 6,11%)
Mutatiekans bij uitponden 0,6-15% (gem. 6,12%) 0-15% (gem. 6,10%)
Mutatieleegstand DAEB 0 maanden 0 maanden
Mutatieleegstand niet-DAEB 3 maanden 3 maanden
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,0% 1,0%
Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 675 (2024: € 644) per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 11,4% van de berekende waarde van een verhuureenheid.
Bedrijfsmatig en maatschappelijke onroerend goed:
Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 2025 2024
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo - BOG € 7,69 € 7,33
Mutatieonderhoud per m2 bvo - BOG € 12,90 € 12,29
Mutatieonderhoud per m2 bvo - MOG € 15,62 € 14,89
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,16 - 0,49% 0,16-0,44%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13%
Parkeergelegenheden:
Parameters parkeerplaatsen 2025 2024
Instandhoudingsonderhoud per parkeerplaats / box €71 / 239 €68 / €228
Beheerskosten per parkeerplaats / box €36 / €49 €34 / €46
Leegstandsperiode in maanden 6 6
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,23% 0,23%
Zorgvastgoed:
Parameters intramuraal zorgvastgoed 2025 2024
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo € 12,42 € 11,84
Mutatieonderhoud per m2 bvo € 15,62 € 14,89
Beheerkosten 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,24-0,39% 0,23-0,38%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,35% 0,35%

Herclassificatie van en naar DAEB en niet-DAEB

De herclassificatie van niet-DAEB vastgoed naar DAEB vastgoed heeft betrekking op deliberalisatie van de vrije sector huurwoningen, conform het splitsingsplan uit 2017. Deze woningen worden bij mutatie verhuurd onder de liberalisatiegrens.

Waardeveranderingen – marktwaarde in verhuurde staat

In 2025 zet de marktwaarde van verhuurd vastgoed de positieve ontwikkeling voort, zij het in een gematigder tempo dan in 2024. Op basis van de bovenstaande grafieken is zichtbaar dat de marktwaarde per m² in alle regio’s verder is toegenomen. De sterkste groei doet zich voor in de regio Amersfoort en Almere, terwijl de stijging in Amsterdam en het Gooi en Vechtstreek beperkter blijft.

De leegwaarde per m² laat eveneens een overwegend positieve ontwikkeling zien. In de meeste regio’s is sprake van een verdere stijging, met name in Amersfoort, Almere en het Gooi en Vechtstreek. In de regio Amsterdam is daarentegen sprake van een lichte daling van de leegwaarde op vierkante meter niveau. In tegenstelling tot 2024 groeit in 2025 de marktwaarde per m² gemiddeld iets sterker dan de leegwaarde per m². Dit resulteert in een lichte stijging van de verhouding tussen markt- en leegwaarde in vrijwel alle regio’s, wat duidt op een stabieler beleggingsklimaat en lagere disconteringsvoeten.

Woningen bestemd voor de verkoop

Het aantal woningen behorend tot het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, welke voor verkoop zijn aangemerkt bedragen 13.174 woningen. Het aantal woningen dat komend jaar verkocht wordt bedraagt 413 woningen, gesplitst in 389 DAEB- en 24 niet-DAEB woningen. De verwachte opbrengstwaarde (leegwaarde) van deze woningen bedraagt € 175,2 miljoen; de marktwaarde verhuurde staat bedraagt € 98,6 miljoen.

Hypothecaire zekerheden

Het DAEB-vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. De Alliantie heeft hiervoor een volmacht verstrekt aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw als bedoeld in artikel 30 van het Reglement van Deelneming Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw kan indien het dit noodzakelijk acht hypotheek op het onderpand leggen. Als gevolg hiervan zijn de onroerende en roerende zaken in exploitatie die met geborgde leningen zijn gefinancierd niet met hypothecaire zekerheden bezwaard. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is onder paragraaf 10.5.34 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen opgenomen.

Het niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is voor € 405,2 miljoen gefinancierd met leningen zonder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Dit niet-DAEB-vastgoed is voor een bedrag van € 397,5 miljoen met hypothecaire zekerheden bezwaard.

Uitgangspunten beleidswaarde

Voor verslagjaar 2025 komen de volgende grondslagen voor de bepaling van beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige en onzelfstandige woongelegenheden) overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Voor de gehele woongelegenhedenportefeuille toepassen van het doorexploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. De overdrachtskosten worden op 0 gezet. Er is sprake van een eeuwigdurende benadering door middel het inrekenen van de kasstromen vanaf jaar 15 tot en met 60 jaar.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de Alliantie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en Nationale Prestatieafspraken en prestatieafspraken met gemeenten. De streefhuur wordt geïndexeerd met de prijsinflatie.
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten, bepaald op basis van het eigen onderhoudsbeleid en berekend aan de hand van de eigen meerjaren onderhoudsbegroting van de Alliantie voor de componenten instandhoudingsonderhoud en mutatieonderhoud.
  4. Deze onderhoudsbegroting bevat de onderhoudsuitgaven voor de komende 60 jaar, voordat er correcties als gevolg van clustering vanwege ingrijpende verbouwing zijn verwerkt.
  5. De meerjarenonderhoudsbegroting wordt per complex bepaald, waarbij de uitgangspunten worden onderbouwd aan de hand van concrete bronnen, rekeninghoudend met de conditie van de verschillende complexen. De 60-jaarsperiode bevat alle vastgestelde onderhoudscycli; zowel de kortere cycli (als langere cycli zijn opgenomen.
  6. De definitie van onderhoud vanuit eigen beleid is gelijk aan de definitie gehanteerd in de post ‘lasten onderhoudsactiviteiten’ in de functionele winst en verliesrekening in de rubriek ‘Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille’, met uitzondering van het deel dat betrekking heeft op de zogenaamde ingrijpende verbouwing.
  7. Inrekening van toekomstige beheerlasten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten zoals die worden verwerkt onder de post Lasten verhuur en beheeractiviteiten en de post Overige directe operationele lasten in de winst-en-verliesrekening.
  8. Inrekening van noodzakelijke verplichtingen die voortkomen uit wettelijke verplichtingen of landelijke afspraken, zoals het uitfaseren van woningen met energielabels E, F en G. In de marktwaarde zijn deze uitgaven geen onderdeel van het achterstallig onderhoud.
  9. Inrekening van een uniforme, lagere disconteringsvoet (“sociale disconteringsvoet”) in plaats van de marktdisconteringsvoet. De sociale disconteringsvoet wordt jaarlijks in oktober gepubliceerd op de website van de Autoriteit Wonen.

De beleidswaarde van BOG / MOG / ZOG is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

De afwijkingen in gehanteerde uitgangspunten, veronderstellingen en gehanteerde disconteringsvoet tussen beleidswaarde en marktwaarde.

  2025 2025
beleidswaarde marktwaarde
Huurprijzen Streefhuur per vhe conform het huurbeleid van de Alliantie

Gemiddelde streefhuur EUR 839 per vhe,
Markthuur en maximale huren conform het WWS

Gemiddelde maximale huur EUR 1.211 per vhe.
Onderhoudsnorm Kasstromen voor komende 60 jaar vanuit de meerjaren-onderhoudsbegroting Gemiddelde bedragen voor onderhoud per complex met aanpassing van de modelmatige onderhoudsbedragen door externe taxateur.
Beheerlasten Toekomstige beheerlasten volgens begroting. Gemiddeld EUR 1.221 per vhe. Marktconforme beheerlasten. Gemiddeld EUR 559 per vhe.
Achterstallig onderhoud: verplichting met EFG label Zelfstandige woningen:
E € 5.056, F € 9.399, G € 15.955
Onzelfstandige woningen:
E € 2.161, F € 3.902, G € 6.724
Geen verplichtingen EFG labels ingerekend
Disconteringsvoet Sociale disconteringsvoet conform handboek modelmatige waardering DAEB 4,22% en Niet-DAEB 4,76%. Marktconforme disconteringsvoet per complex. Verschil tussen disconteringsvoet doorexploitatie en uitpondscenario.

Disconteringsvoet hoogste scenario voor marktwaarde variërend van 3,53% tot 12,15%.
Specificatie beleidswaarde
  2025 2024
DAEB Ti € 7.225.055 € 7.033.505
Niet-DAEB Ti € 1.649.948 € 1.666.568
Geconsolideerde verbindingen € 586.504 € 514.977
Totaal beleidswaarde € 9.461.507 € 9.215.050
Sensitiviteitsanalyse
Om inzicht te verkrijgen in de mogelijke impact van wijzigingen in het beleid op de beleidswaarde is in onderstaande tabel het effect weergegeven van een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten op de beleidswaarde:
Beschikbaarheid (doorexploiteren)
Effect op de beleidswaarde
Mutatie per vhe
t.o.v. uitgangspunt
2025
Effect op de beleidswaarde
2024
Effect op de beleidswaarde
Streefhuur per maand € 25 lager € 435 miljoen lager € 445 miljoen lager
Streefhuur per maand € 50 lager € 878 miljoen lager € 906 miljoen lager
Lasten onderhoud per jaar € 100 hoger € 226 miljoen lager € 228 miljoen lager
Beheerslasten per jaar € 100 hoger € 226 miljoen lager € 228 miljoen lager

10.5.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

           
           
Stand per 1 januari 2025:          
Contractprijs (verkochte woningen)         124.690
Cumulatieve waardeveranderingen         160.525
Boekwaarde         285.215
           
           
Mutaties in het boekjaar:          
Investeringen         10.625
Desinvesteringen         -14.895
Overboeking naar vastgoed bestemd voor de verkoop         -10.625
Waardeveranderingen         8.381
Totaal mutaties         -6.514
           
Stand per 31 december 2025:          
Contractprijs (verkochte woningen)         118.086
Cumulatieve waardeveranderingen         160.615
Boekwaarde         278.701
Het aantal woningen opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden bedraagt ultimo 2025 853 (2024: 903). De contracten zijn gebaseerd op het “Koopgarant” principe waarbij geldt dat er sprake is van verleende kortingen (gemiddelde korting bedraagt 22,4%) en een terugkoopverplichting voor de Alliantie. Bij verkoop is de koper verplicht de woning te verkopen aan de Alliantie, de zogenaamde terugkoopverplichting. Bij verkoop wordt in de koopovereenkomst een verdeling van de eventuele winst en/of verlies tussen koper en verkoper vastgelegd.

Waardeveranderingen

De stijging van de waarde in 2025 met gemiddeld 3,4% is het gevolg van de hogere leegwaarde van deze woningen. De specifieke kenmerken van de woningen verkocht onder voorwaarden zorgen ervoor dat de leegwaarde ontwikkeling niet één-op-één gelijk is met de gemiddelde leegwaarde ontwikkeling van het vastgoed in exploitatie.

10.5.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

           
           
Stand per 1 januari 2025:          
Aanschafprijs         477.395
Cumulatieve waardeverminderingen         -192.206
Boekwaarde onder aftrek van de voorziening         285.189
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen         69.163
Boekwaarde voor aftrek van voorziening         354.352
           
Mutaties in het boekjaar:          
Investeringen         372.434
Waardeveranderingen         -70.462
Overboeking naar DAEB-vastgoed in exploitatie         -170.292
Overboeking naar niet-DAEB-vastgoed in exploitatie         -103.631
Overboeking van vastgoed in exploitatie         15.030
Overboeking van/naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop         -895
Totaal mutaties         42.184
           
Stand per 31 december 2025:          
Aanschafprijs         544.516
Cumulatieve waardeverminderingen         -217.143
Boekwaarde onder aftrek van de voorziening         327.373
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen         46.859
Boekwaarde voor aftrek van voorziening         374.232
In het boekjaar 2025 en 2024 is ter zake van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie geen bouwrente geactiveerd.

10.5.5 (On-)roerende zaken ten dienste van de exploitatie

      Bedrijfsgebouwen en -terreinen Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal
           
Stand 1 januari 2025:          
Verkrijgingsprijs     28.722 34.071 62.793
Cumulatieve afschrijvingen (inclusief bijzondere waardeverminderingen)     -11.588 -32.216 -43.804
Boekwaarde     17.134 1.855 18.989
           
Mutaties in het boekjaar:          
Investeringen     13 552 565
Afschrijvingen     -845 -647 -1.492
Totaal mutaties     -832 -95 -927
           
Stand per 31 december 2025:          
Verkrijgingsprijzen     28.735 13.748 42.483
Cumulatieve afschrijvingen (inclusief bijzondere waardeverminderingen)     -12.433 -11.988 -24.421
Boekwaarde     16.302 1.760 18.062
De historische aanschafprijs van de volledig afgeschreven onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie bedraagt € 10,8 miljoen per 31 december 2025 (2024: € 30,8 miljoen).

10.5.6 Andere deelnemingen

Het verloop van de andere deelnemingen is als volgt weer te geven:
           
           
Boekwaarde per 1 januari 2025         2.726
           
Mutaties in het boekjaar:          
Resultaat deelnemingen         359
Ontvangen dividend         -120
Totaal mutaties         239
           
Boekwaarde per 31 december 2025         2.965
Het ontvangen dividend is voor € 0,1 miljoen verrekend met de schuld aan de verbonden maatschappij.
De groep heeft de volgende kapitaalbelangen:
        Aandeel in geplaatst
kapitaal
Vestigingsplaats
           
Joint ventures:          
Waterstad II Beheer B.V.       50,0% Rotterdam
Waterstad II C.V.       50,0% Rotterdam
Gebiedsontwikkeling Zeewolde C.V.       33,3% Rosmalen
Gebiedsontwikkeling Zeewolde Beheer B.V.       33,3% Rosmalen
Vathorst Beheer B.V.       16,7% Amersfoort
Vathorst C.V.       16,7% Amersfoort
OBV Beheer B.V.       8,0% Amersfoort
OBV C.V.       8,0% Amersfoort
           
           
Overige:          
Samenwerkingsverband Platform Woningcorporaties Gooi & Vechtstreek       11,0% Hilversum
Woningnet N.V.       6,0% Weesp
Stichting de Glazen Lift       <1,0% Hilversum
Stadsherstel Amsterdam N.V.       <1,0% Amsterdam
Samenwerkingsverband Wonen Eemvallei       <1,0% Amersfoort
Deelneming Gebiedsontwikkeling Zeewolde Beheer B.V. met een negatieve nettovermogenswaarde wordt op nihil gewaardeerd. Er is voor deze deelneming geen voorziening opgenomen, omdat de Alliantie niet geheel of ten dele garant staat voor de schulden van de deelneming en ook niet de feitelijke verplichting heeft de deelneming (voor haar aandeel) in staat te stellen tot betaling van haar schulden. Het aandeel dat de Alliantie heeft in de negatieve nettovermogenswaarde in de deelneming Gebiedsontwikkeling Zeewolde Beheer B.V. bedraagt € 0,3 miljoen (2024: € 0,3 miljoen); het niet verwerkte aandeel in het verlies over het boekjaar bedraagt € 0,0 miljoen (2024: € 0,0 miljoen).

10.5.7 Latente belastingvorderingen

Sinds 1 januari 2008 is de Alliantie voor al haar activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting. Tot 2008 was de Alliantie alleen voor haar commerciële activiteiten onderworpen aan vennootschapsbelasting.

De post latente belastingvorderingen betreft de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen. De belastingvordering is gewaardeerd op de contante waarde die is gebaseerd op een disconteringsvoet na belasting (die de rente van de leningen en derivatenportefeuille vertegenwoordigt) van 1,71% (2024: 1,61%). Het gehanteerde vpb-tarief voor realisatie is 25,8% (2024: 25,8%).

De latente belastingvorderingen/verplichtingen opgenomen in de balans en de hiermee samenhangende latente belastinglasten/-baten in de winst-en-verliesrekening zijn als volgt te specificeren:
      Stand per
31 december 2025
Stand per
1 januari 2025
Mutatie in 2025
           
Vastgoedbeleggingen in exploitatie     2.325 3.052 -727
Immateriele vaste activa     -2.084 -2.961 877
(On-)roerende zaken ten dienste van de exploitatie     -1.549 -1.598 49
Financiële vaste activa     -1.450 -1.610 160
Voorziening onderhoudslasten     -8.621 -8.518 -103
Schulden aan kredietinstellingen     720 799 -79
Verplichtingen uit hoofde van derivatencontracten     2.023 1.656 367
      -8.636 -9.180 544
           
Waarvan:          
Kortlopend (realisatie te verwachten binnen 1 jaar)     -877 -93 -784
Langlopend (realisatie te verwachten na 1 jaar)     -7.759 -9.087 1.328
      -8.636 -9.180 544
De toelichting van de latenties is als volgt:
      Commerciele waardering Fiscale waardering Tijdelijk
waarderings-verschil
Nominale waarde van de belasting-latentie Contante waarde van de belasting-latentie
               
Vastgoedbeleggingen in exploitatie:              
- Doorexploitatie     10.147.239 6.643.221 -3.504.018 -904.037 0
- Verwachte verkopen     4.386.278 2.670.141 -1.716.137 -442.763 0
- Afschrijvingspotentieel     0 10.236 10.236 2.641 2.325
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie     374.232 544.515 170.283 43.933 0
Vastgoed verkocht onder voorwaarden     37.828 8.259 -29.569 -7.629 0
Overige voorraden     46.327 31.394 -14.933 -3.853 0
(On-)roerende zaken ten dienste van de exploitatie     18.062 19.924 1.862 480 -1.549
Immateriële vaste activa     13.603 5.321 -8.282 -2.137 -2.084
Voorzieningen onrendabele investeringen en herstructureringen     -97.131 0 97.131 25.060 0
Voorziening groot onderhoud     0 -35.768 -35.768 -9.228 -8.621
Financiële vaste activa     6.812 0 -6.812 -1.757 -1.450
Schulden aan banken en overheid     -3.293.503 -3.290.455 3.048 786 720
Verplichtingen uit hoofde van derivatencontracten     -11.496 -1.673 9.823 2.534 2.023
Voort te wentelen 15b rente (ATAD)     0 199.647 199.647 51.509 0
               
Totalen     11.628.251 6.804.762 -4.823.489 -1.244.461 -8.636
De verrekenbare tijdelijke verschillen die niet tot waardering zijn gebracht bedragen nominaal € 170,1 miljoen (2024: € 138,8 miljoen). Dit betreft het tijdelijk verschil met betrekking tot het vastgoed verkocht onder voorwaarden ad € 29,6 miljoen passief en voort te wentelen rente ad € 199,7 miljoen actief.

Nadere toelichting per onderdeel van de belastinglatentie inzake tijdelijke verschillen:

Vastgoedbeleggingen in exploitatie
Doorexploitatie

De Alliantie voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille.

De Alliantie heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale bepalingen zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling volgen in de vorm van fiscaal afwaarderen van de complexen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’ waardering.

Verwachte verkopen

Het tijdelijke verschil inzake het vastgoed in exploitatie waarvan wordt verwacht dat het verkocht wordt vanuit de balansposten DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie, dan wel vanuit de balanspost Vastgoed bestemd voor de verkoop, bedraagt € 1,7 miljard. Dit betreft de woningen in de verkoopvijver die naar verwachting worden verkocht met een lagere fiscale waarde (€ 2,7 miljard) dan de commerciële waarde (€ 4,4 miljard). In 2025 bedraagt de dotatie van de herinvesteringsreserve € 99,9 miljoen, daarvan is € 99,9 miljoen aangewend. De Alliantie heeft ook in 2025 en verder de intentie om gebruik te maken van de fiscale faciliteit van de herinvesteringsreserve, waardoor verkoop niet tot directe afwikkeling leidt. Dit betekent dat de afwikkeling van het waarderingsverschil ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’ waardering.

Afschrijvingspotentieel

Daarnaast vindt waardering van het fiscaal afschrijvingspotentieel plaats. Dit afschrijvingspotentieel betreft het verschil tussen de fiscale waarde en de marktwaarde die door fiscale afschrijvingen in de komende jaren wordt gerealiseerd tot maximaal de WOZ-waarde (fiscale bodemwaarde).

Vastgoed in ontwikkeling ten behoeve van de exploitatie

Het tijdelijke verschil inzake projectontwikkeling wordt veroorzaakt door een afwijkende grondwaarde bij sloop-/nieuwbouwprojecten. Deze grondwaarde blijft echter gehandhaafd in de fiscale balans. De geactiveerde waarde schuift vervolgens door naar de volgende exploitatie. Er vindt geen fiscale afwikkeling plaats. Dit betekent dat sprake is van tijdelijke verschillen die niet leiden tot een latentie. Eventuele effecten worden bij de daadwerkelijke fiscale afwikkeling verwerkt in de commerciële jaarrekening.

Vastgoed verkocht onder voorwaarden

Het tijdelijke verschil inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden bedraagt € 29,0 miljoen. De fiscale waarde is lager dan de boekwaarde. Door het ontbreken van de beschikkingsmacht bij de Alliantie inzake de terugkoop kan de bepaling van het moment van terugkoop van deze woningen niet betrouwbaar worden bepaald. Het tijdelijke verschil daaruit volgend is niet tot waardering gebracht.

Overige voorraden

Het tijdelijke verschil inzake overige voorraden betreffen de grondlocaties ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. De verwachting is dat de grondposities op termijn in ontwikkeling zullen worden genomen om nieuwbouw huurwoningen te realiseren. Voor de waardering van het tijdelijk verschil wordt verwezen naar Vastgoed in ontwikkeling ten behoeve van de exploitatie.

(On)roerende zaken ten dienste van de exploitatie en immateriële vaste activa

In de balanspost ‘Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie’ en ‘immateriële vaste activa’ bevindt zich een waarderingsverschil waarbij de fiscale waarde hoger is dan de boekwaarde. De gemiddelde looptijd is respectievelijk 3 en 25 jaar. De latentie is gewaardeerd op 25,8% van het waarderingsverschil.

Voorziening groot onderhoud

De Alliantie heeft in de aangifte vennootschapsbelasting 2018 met terugwerkende kracht een voorziening voor groot onderhoud gevormd voor een bedrag van € 35,8 miljoen. De Alliantie heeft hiervoor een VSO met de Belastingdienst getekend op 5 december 2023. De VSO loopt tot en met het jaar 2029.

Schulden aan banken, verplichtingen uit hoofde van derivaten en financiële vaste activa

In de jaarrekening is voor de leningen- en derivatenportefeuille een latente belastingvordering tegen de contante waarde verantwoord voor het verschil tussen de waardering die de fiscus toepast (i.c. reële waarde) en de waardering als toegepast in de jaarrekening (geamortiseerde kostprijs). De latentie loopt af over de resterende looptijd van de leningen en derivaten. Daarnaast is een latentie opgenomen voor de novaties zoals verwerkt onder de financiële vaste activa onder de overige vorderingen.

Renteaftrekbeperking

Het totaalbedrag aan voort te wentelen rente (aftrekbeperking Art. 15b Wet Vpb) bedraagt € 199,7 miljoen. Het bedrag is niet tot waardering gebracht omdat niet verwacht wordt dat de fiscale winst in de toekomstige jaren voldoende ruimte biedt om deze rente alsnog in aftrek te brengen.

10.5.8 Overige vorderingen

Het verloop van de overige vorderingen is als volgt:
      Verstrekte starters-
leningen
Novaties Diverse Totaal
             
Stand per 1 januari 2025     3.131 7.474 60 10.665
             
Mutaties in het boekjaar:            
Toevoegingen     0 0 0 0
Vrijval/Aflossingen     -488 -662 -2 -1.152
Totaal mutaties     -488 -662 -2 -1.152
             
Stand per 31 december 2025     2.643 6.812 58 9.513

Startersleningen

Per 31 december 2025 heeft de Alliantie 116 (2024: 133) startersleningen verstrekt die via Stichting Stimuleringsfonds Huisvesting geadministreerd worden. De startersleningen worden verstrekt onder Nationale Hypotheek Garantie als tweede hypotheek. De leningen hebben een looptijd van 30 jaar en zijn de eerste drie jaar rente- en aflossingsvrij. Voor een bedrag van € 2,5 miljoen (2024: € 2,9 miljoen) aan startersleningen is de annuïteit al gaan lopen.

Naar verwachting wordt ongeveer € 0,1 miljoen (2024: € 0,1 miljoen) binnen 1 jaar ontvangen.

Novaties (doorzakken in een vastrentende lening)

De novaties zijn verwerkt onder de langlopende schulden, waarbij de totale lening is afgewikkeld tegen nominale waarde en een nieuwe lening is aangetrokken tegen de reële waarde plus nominale waarde van de lening. Per saldo is de reële waarde die betaald is en gefinancierd middels een hogere rentecoupon in de nieuwe lening verwerkt. De reële waarde is vervolgens separaat opgenomen onder de langlopende schulden en kortlopende schulden. Het overlopend hedge resultaat is opgenomen onder de financiële vaste activa.

10.5.9 Vastgoed bestemd voor de verkoop

        2025 2024
           
Kosten vastgoed bestemd voor de verkoop       4.839 3.949
Bijzondere waardevermindering       0 0
           
        4.839 3.949
Het in deze post opgenomen totaal aantal woningen bestemd voor verkoop bedraagt 17 (2024: 16). De Alliantie verwacht al deze woningen binnen één jaar te verkopen, de bijhorende verwachte opbrengstwaarde bedraagt € 6,3 miljoen. Gedurende verslagjaar 2025 is € 10,6 miljoen toegevoegd vanuit Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden en € 13,7 miljoen verkocht. 

10.5.10 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

        2025 2024
           
Kosten vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop       17.211 26.919
Bijzondere waardevermindering       -400 0
           
        16.811 26.919
In de kostprijs van het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop is ultimo 2025 voor een bedrag van € 0,0 miljoen (2024: € 0,0 miljoen) aan rente geactiveerd met een rentevoet van 0% (2024: 0%).

10.5.11 Overige voorraden

        2025 2024
           
Kosten grond- en ontwikkellocaties       62.637 63.361
Bijzondere waardevermindering grond-          
en ontwikkellocaties       -16.796 -18.003
Onderhoudsmaterialen       486 297
           
        46.327 45.655
Grond- en ontwikkelposities betreffen de grondlocaties ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de extern dan wel intern uitgevoerde toetsing van de waardering van gronden ultimo boekjaar. Deze interne toetsing is gebaseerd op de kennis van de lokale markt alsmede van de lokale ontwikkelmogelijkheden (waaronder bestemmingswijzigingen, etc.). Als gevolg van de licht stijgende grondwaarde voor landbouwgrond is de marktwaarde op een paar locaties toegenomen in 2025.
De specificatie van de grond- en ontwikkellocaties is als volgt:
      Kosten grond- en ontwikkellocaties Bijzondere waarde-vermindering
grond- en ontwikkellocaties
Boekwaarde
           
Vathorst-Noord     30.708 -4 30.704
Eemnes Zuidpolder     9.073 -7.549 1.524
Zeewolde Spiegelhout     19.140 -7.501 11.639
Nijkerkerveen     2.048 -1.742 306
Achterveld     1.668 0 1.668
           
      62.637 -16.796 45.841

10.5.12 Onderhanden projecten

        2025 2024
           
Gerealiseerde kosten       86.607 108.058
Toegerekende winsten       8.705 -2.236
Af: Gedeclareerde termijnen kopers       -83.976 -97.212
Af: Voorziening te verwachten verliezen       0 0
        11.336 8.610
        ,  
Waarde van verricht werk < gefactureerde termijnen       -4.553 -389
Waarde van verricht werk > gefactureerde termijnen       15.889 8.999
        11.336 8.610
Van de op balansdatum openstaande onderhanden projecten bedraagt het cumulatief totaal van tot dan toe verantwoorde omzet € 95,3 miljoen (2024: € 105,8 miljoen). Het totaal van de ontvangen voorschotten bedraagt € 84,0 miljoen (2024: € 97,2 miljoen). Er is geen sprake van ingehouden bedragen op betalingen van termijnfacturen.

10.5.13 Huurdebiteuren

        2025 2024
           
Huurdebiteuren       4.057 3.953
Voorziening wegens oninbaarheid       -1.539 -1.578
           
        2.518 2.375
In de vorderingen huurdebiteuren is een bedrag begrepen ad € 0,9 miljoen (2024: € 0,9 miljoen) met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. Dit betreft bijzondere betalingsafspraken met huurders.

10.5.14 Overheid

        2025 2024
           
Nog te ontvangen investeringssubsidies       3.654 6.937
Overige vorderingen op gemeenten       1.644 1.089
           
        5.298 8.026
In de vorderingen overheid is een bedrag begrepen ad € 0,8 miljoen (2024: € 2,4 miljoen) met een resterende looptijd langer dan 1 jaar.

10.5.15 Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

        2025 2024
           
Vathorst C.V.       1.818 1.711
Gebiedsontwikkeling Zeewolde C.V.       1.216 1.160
           
        3.034 2.871
Onder deze categorie vorderingen is begrepen een bedrag van € 1,8 miljoen (2024: € 1,7 miljoen) met een resterende looptijd langer dan 1 jaar.

De rente die over de vorderingen op deelnemingen in rekening is gebracht bedraagt 4,5% (2024: 5,8%).

10.5.16 Overige vorderingen

        2025 2024
           
Nog te ontvangen omzet van verkocht vastgoed       3.549 2.268
Debiteuren       3.605 3.182
Rekening-courant Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting       422 316
Nog te ontvangen huur       202 395
Diverse vorderingen       48 54
           
        7.826 6.215
Alle vorderingen hebben een looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd. De voorziening die in mindering is gebracht op de debiteuren bedraagt € 2,7 miljoen (2024: € 2,1 miljoen).

10.5.17 Overlopende activa

        2025 2024
           
Vooruitbetaalde erfpacht       50 237
Vooruitbetaalde automatiseringskosten       2.509 2.287
Vooruitbetaalde kantoorkosten       36 100
Vooruitbetaalde huisvestingskosten       285 376
Vooruitbetaalde terugkoop woningen       0 230
Overige vooruitbetaalde bedragen       228 56
           
        3.108 3.286
De overlopende activa hebben een resterende looptijd van korter dan 1 jaar.

10.5.18 Liquide middelen

        2025 2024
           
Rekening-courant banken       142.062 150.387
Gelden onderweg       136 132
Deposito       15.006 32.000
           
        157.204 182.519

De liquide middelen staan ter vrije beschikking. Het kasstroomoverzicht dat is opgenomen onder paragraaf 10.3 geeft de verklaring voor de afname van de liquide middelen van € 25,3 miljoen.
Het deposito is als volgt opgebouwd:

  • een bedrag van € 8,0 miljoen is vastgezet tot en met 27 februari 2026;
  • een bedrag van € 7,0 miljoen is vastgezet tot en met 1 maart 2026.

10.5.19 Groepsvermogen

Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de toelichting behorende tot de enkelvoudige jaarrekening.

Mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de Alliantie als onderdeel van het groepsvermogen:
        2025 2024
           
Eigen vermogen van de Alliantie als onderdeel van het groepsvermogen per 1 januari        11.301.569 9.970.204
           
Resultaat na belastingen       359.822 1.331.365
Rechtstreekse vermogensmutaties in het eigen vermogen van de Alliantie als onderdeel van het groepsvermogen 0 0
Totaal resultaat boekjaar van de Alliantie       359.822 1.331.365
           
Eigen vermogen van de Alliantie als onderdeel van het groepsvermogen per 31 december       11.661.391 11.301.569

10.5.20 Voorzienig onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop van de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:
      Toekomstige investeringen in bestaande complexen Toekomstige investeringen in nieuwbouw-projecten Totaal
           
Stand per 1 januari 2025     24.218 69.163 93.381
           
Mutaties in het boekjaar:          
Toevoeging ten laste van resultaat     0 0 0
Onttrekkingen en toevoegingen     26.054 -22.304 3.750
Totaal mutaties     26.054 -22.304 3.750
           
Stand per 31 december 2025     50.272 46.859 97.131
Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar wordt afgewikkeld bedraagt € 81,7 miljoen. Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting na meer dan 5 jaar wordt afgewikkeld bedraagt € 0,0 miljoen.

10.5.21 Latente belastingverplichtingen

Het verloop van de latente belastingverplichtingen is als volgt:
   
   
Stand per 1 januari 2025 9.180 
   
Mutaties in het boekjaar:  
Vrijval ten gunste van het resultaat -1.453 
Toevoeging ten laste van het resultaat 909 
Saldering met latente belastingvorderingen  
Totaal mutaties -544 
   
Stand per 31 december 2025 8.636 

De voorziening voor latente belastingverplichtingen omvat het belastingeffect van de belastbare tijdelijke verschillen tussen commerciële en fiscale winstbepaling.

De latenties met een resterende looptijd van 1 jaar en korter bedragen € 0,8 miljoen (2024: € 0,1 miljoen).

Voor nadere toelichting zie paragraaf 10.5.7 Latente belastingvorderingen.

10.5.22 Overige voorzieningen

Jubileumvoorziening

          2025
           
Stand per 1 januari         1.273
           
Mutaties in het boekjaar:          
Toevoegingen ten laste van het resultaat         220
Onttrekkingen         -81
Vrijval ten gunste van het resultaat         -78
Totaal mutaties         61
           
Stand per 31 december         1.334
De jubileumvoorziening heeft betrekking op uitkeringen aan medewerkers op basis van de duur van het dienstverband. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, blijfkansen en leeftijden.
Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd:
  • Disconteringsvoet 2,310% gebaseerd op de gemiddelde rente van de leningenportefeuille.
  • Overlevingskansen: CBS met correctie voor langleven op basis van inkomensklasse.

Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting binnen 1 jaar wordt afgewikkeld bedraagt € 0,1 miljoen.
Het bedrag van de voorziening dat naar verwachting na meer dan 5 jaar wordt afgewikkeld bedraagt € 0,9 miljoen.

10.5.23 Schulden aan overheid en schulden aan banken

      Schulden aan overheid Schulden aan banken Totaal
Stand per 1 januari 2025          
Langlopend deel     4.000 3.074.927 3.078.927
Aflossingsverplichting vorig verslagjaar     0 77.977 77.977
Schulden aan overheid en schulden aan banken     4.000 3.152.904 3.156.904
           
Mutaties in het boekjaar:          
Nieuw opgenomen leningen     0 215.000 215.000
Aflossingen     0 -77.051 -77.051
Amortisatie agio     0 -1.350 -1.350
Totaal mutaties     0 136.599 136.599
           
Stand per 31 december 2025          
Schulden aan overheid en schulden aan banken     4.000 3.289.503 3.293.503
Aflossingsverplichting komend jaar     0 -78.233 -78.233
Langlopend deel     4.000 3.211.270 3.215.270
Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.
Het vervalschema en samenstelling van de totale leningenportefeuille is hieronder weergegeven:
Vervalschema & samenstelling van de totale leningenportefeuille   Vastrentende leningen Variabel rentende leningen Basisrente-
leningen
Totaal
           
Looptijd korter dan 1 jaar   64.033 14.200 0 78.233
Looptijd langer dan 1 jaar en korter dan 5 jaar   293.682 21.250 0 314.932
Looptijd langer dan 5 jaar   2.657.338 38.500 204.500 2.900.338
           
    3.015.053 73.950 204.500 3.293.503
De schulden aan overheid en schulden aan banken hebben de volgende kenmerken ten aanzien van de leningen:
        31-12-2025 31-12-2024
           
Vastrentende leningen          
Restschuld inclusief kortlopend deel       3.015.053 2.878.454
Gemiddelde rente       2,2% 2,0%
Gemiddelde looptijd       19,7 20,4
Reële waarde       2.637.957 2.824.917
           
Variabel rentende leningen          
Restschuld inclusief kortlopend deel       73.950 73.950
Gemiddelde rente (exclusief derivaten)       2,3% 3,2%
Gemiddelde rente (inclusief derivaten)       3,6% 3,1%
Gemiddelde looptijd       11,0 12,0
Reële waarde       75.952 76.222
           
Basisrenteleningen          
Restschuld inclusief kortlopend deel       204.500 204.500
Gemiddelde rente       3,8% 3,7%
Gemiddelde looptijd       32,1 33,1
Reële waarde       223.918 276.782
        2025 2024
           
Marktwaarde DAEB leningen geborgd door het WsW       2.500.986 2.844.051
Marktwaarde DAEB leningen niet geborgd       3.916 3.951
Marktwaarde niet-DAEB leningen niet geborgd       432.925 329.919
           
        2.937.827 3.177.921
De reële waarde van de leningen is berekend aan de hand van de marktrente op basis van de yield curve ultimo december 2025, exclusief opslagen. De marktwaarde van de leningen is gedaald, door een substantiële stijging van de rentecurve in 2025, ook rekening houdend met de in 2025 aangetrokken leningen

De Alliantie heeft ultimo 2025 geen (2024: geen) extendibles/tijdvakleningen.
De borging van schulden aan overheid en schulden aan banken kan als volgt worden weergegeven:
        2025 2024
           
DAEB leningen geborgd door het WsW       2.884.353 2.859.998
DAEB leningen niet geborgd       4.000 4.000
niet-DAEB leningen niet geborgd       405.150 292.906
           
        3.293.503 3.156.904

Het gemiddelde rentepercentage van de leningen- en derivatenportefeuille bedroeg voor boekjaar 2025 2,28% (2024: 2,18%).

De gewogen gemiddelde looptijd van de leningenportefeuille bedraagt ultimo 2025 20 jaar (2024: 21 jaar).

De variabel rentende leningen (zogeheten roll-overleningen) dragen een variabel rentepercentage op de 3-maands Euribor-notering en 6-maands Euribor-notering met een gewogen gemiddelde opslag van respectievelijk 0,018% (2024: 0,018%) en 0,246% (2024: 0,232%).

Basisrenteleningen

De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor de overeengekomen periode. Op deze leningen wordt een vaste basisrente betaald van gemiddeld 3,473% (2024: 3,473%) met een gemiddelde looptijd van 32 jaar (2024: 33 jaar). De liquiditeitsopslag die op deze leningen wordt betaald wordt periodiek herzien. Voor de huidige leningen is de gewogen gemiddelde liquiditeitsopslag 0,308% (2024: 0,243%) met een gemiddelde resterende looptijd van 8,7 jaar (2024: 3,4 jaar)

Als op het moment van liquiditeitsopslag herziening geen akkoord met de kredietinstelling wordt bereikt over de hoogte ervan is de lening opeisbaar en dient er een vergoeding te worden betaald of ontvangen gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.

Agio

Ultimo 2025 bedraagt het agio € 34,2 miljoen (2024: € 35,5 miljoen). Een bedrag van € 27,4 miljoen heeft betrekking op de Vestialening en een bedrag van € 6,8 miljoen heeft betrekking op het doorzakken van drie plain vanilla swaps.

Agio Vestialening

Het agio van Vestia is in 2021 ontstaan bij een leningruil met woningcorporatie Vestia te Rotterdam. De leningruil is geen (financieel) zakelijke transactie die op marktconforme voorwaarden is aangegaan maar is gedaan op grond van volkshuisvestelijke motieven. De lening is tegen reële waarde (marktwaarde) in de balans opgenomen bestaande uit de nominale hoofdsom (€ 19,4 miljoen) en het agio (€ 30,1 miljoen). Dit agio is als eenmalige jaarlast in de winst-en-verliesrekening over 2021 verwerkt en heeft daarin het karakter van een volkshuisvestelijke sectorbijdrage. Deze volkshuisvestelijke bijdrage wordt als agio in de balans opgenomen onder de langlopende schulden en valt in de volgende 40 jaar vrij via de methode van de effectieve rente. Ultimo 2025 bedraagt het agio € 27,4 miljoen. Hiervan is € 0,7 miljoen als kortlopend gepresenteerd.

Agio plain vanilla swaps

Gedurende 2025 zijn geen nieuwe plain vanilla swaps afgewikkeld door de marktwaarde van het derivaat te laten doorzakken in een lening. Het agio wordt over de resterende looptijd geamortiseerd.

Zekerheden

Ter grootte van een bedrag € 397,5 miljoen (2024: € 322,5 miljoen) zijn zakelijke zekerheden gesteld in de vorm van:

  • Hypothecaire zekerheid gesteld op vastgoed in exploitatie;
  • Pandrecht op huurdebiteuren van de in zekerheid gestelde woningen.

Daarnaast is er hypothecaire zekerheid verstrekt aan het WSW. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 10.5.2.

Convenanten

Stichting de Alliantie heeft ongeborgde leningen bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten afgesloten gezamenlijk € 165,0 miljoen, dit bedrag is ultimo 2025 volledig gestort. Aan deze leningen zijn de volgende convenanten verbonden:

  • Interest coverage ratio (ICR) >= 1,4
  • Solvabiliteitsratio >= 15%
  • Loan to value op de zekerheden =< 75%
  • DSCR backward, berekend over de niet-Daeb activiteiten >= 1,1

De Alliantie voldoet op balansdatum aan bovenstaande convenanten.

De dochteronderneming de Alliantie Woonfonds B.V. heeft de in 2023 afgesloten kredietfaciliteit van € 50,0 miljoen in 2024 verhoogd naar € 100 miljoen. Aan deze kredietfaciliteit zijn de volgende convenanten verbonden:

  • Solvabiliteitsratio >= 40%
  • Loan to value =< 65%
  • DSCR backward >= 1,3

De Alliantie Woonfonds B.V. voldoet op balansdatum aan bovenstaande convenanten.

Voor verdere toelichtingen op de diverse categorieën leningen wordt verwezen naar paragraaf 10.5.33 Financiële instrumenten en risicobeheersing.

10.5.24 Schulden aan rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft

           
           
Stand per 1 januari 2025         29.486
           
Mutaties in het boekjaar:          
Niet afgeloste rente         1.287
Overige mutaties         -68
Totaal mutaties         1.219
           
Stand per 31 december 2025         30.705

Dit betreft een schuld aan de gelieerde maatschappij Vathorst C.V. uit hoofde van de financiering van een grondpositie die de Alliantie in het gebied Vathorst te Amersfoort heeft. De rente op de langlopende schuld aan Vathorst C.V. bedraagt 4,3% en wordt per kwartaal berekend en bijgeschreven op de lening.

Uit hoofde van deze schuld zijn door de Alliantie zekerheden verstrekt. Het betreft een eerste recht van hypotheek en pandrecht op grondpositie in het gebied Vathorst te Amersfoort.

De reële waarde van deze langlopende schuld bedraagt € 30,7 miljoen (2024: € 29,5 miljoen). De reële waarde van de lening is berekend aan de hand van de marktrente op basis van de yieldcurve ultimo december 2025, exclusief opslagen. De looptijd van de lening is langer dan 5 jaar.

10.5.25 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

           
           
Stand per 1 januari 2025         247.460
           
Mutaties in het boekjaar:          
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht         0
Verminderingen als gevolg van terugkoop         -14.895
Waardemutatie terugkoopverplichting         8.308
Totaal mutaties         -6.587
           
Stand per 31 december 2025         240.873
De Alliantie heeft ultimo 2025 uit hoofde van de regeling Koopgarant een terugkoopverplichting inzake 853 woningen (2024: 903 woningen). De contracten zijn gebaseerd op het “Koopgarant” principe waarbij geldt dat er sprake is van verleende kortingen (gemiddelde korting bedraagt 22,4%) en een terugkoopverplichting voor de Alliantie. Bij verkoop is de koper verplicht de woning te verkopen aan de Alliantie, de zogenaamde terugkoopverplichting. Bij verkoop wordt in de koopovereenkomst een verdeling van de eventuele winst en/of verlies tussen koper en verkoper vastgelegd. 

10.5.26 Overige schulden

    Verplichtingen uit hoofde van derivaten-contracten Waarborg-
sommen
Overige Totaal
           
Langlopend deel per 1 januari 2025   11.496 3.591 1.245 16.332
Aflossingsverplichting vorig verslagjaar   973 0 4.134 5.107
Overige schulden per 1 januari 2025   12.469 3.591 5.379 21.439
           
Mutaties in het boekjaar:          
Ontvangsten   0 625 0 625
Betalingen   0 -543 -485 -1.028
Dotatie   0 0 1.367 1.367
Vrijval   -973 0 -203 -1.176
Oprenting   0 4 0 4
Totaal mutaties   -973 86 679 -208
           
Overige schulden per 31 december 2025   11.496 3.677 6.058 21.231
Kortlopend deel per 31 december 2025   -744 0 -4.802 -5.546
Langlopend deel per 31 december 2025   10.752 3.677 1.256 15.685
           
           
Looptijd          
Tussen 1 en 5 jaar   2.284 3.677 726 6.687
Langer dan 5 jaar   8.468 0 530 8.998

Verplichtingen uit hoofde van derivatencontracten

De Alliantie neemt een verplichting op voor derivaten die een negatieve startwaarde hadden op het moment van het aanvangen van een kostprijshedgeaccounting relatie. Ultimo 2025 bedraagt dit € 11,5 miljoen (2024: € 12,5 miljoen). Een nadere toelichting op de derivaten is opgenomen onder paragraaf 10.5.33 Financiële instrumenten en risicobeheersing.

Waarborgsommen

De waarborgsommen worden uit hoofde van huurovereenkomsten van huurders ontvangen en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten.
De waarborgsommen inclusief rente worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend. De reële waarde van de waarborgsommen bedraagt € 2,8 miljoen (2024: € 2,8 miljoen).

Overige

De Alliantie neemt een verplichting op voor nog te betalen verhuiskostenvergoedingen aan huurders die in een complex wonen waar sloop- of renovatiewerkzaamheden gaan plaats vinden. Verder neemt de Alliantie een onderhoudsverplichting op die kan ontstaan door verkopen in een complex waardoor een VvE wordt opgericht.

10.5.27 Schulden aan overheid

        2025 2024
           
Kortlopend deel langlopende schulden       0 0
Overige schulden aan overheid       1.571 3.416
           
        1.571 3.416

10.5.28 Schulden aan banken

        2025 2024
           
Kortlopend deel langlopende schulden banken       78.233 77.977
Rekening-courant banken       30.447 0
           
        108.680 77.977
De Alliantie heeft een kredietfaciliteit afgesloten bij zowel de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten als de ING Bank N.V. gezamenlijk ter grootte van € 100,0 miljoen (2024: € 100,0 miljoen). Op balansdatum is er € 30,4 miljoen van deze faciliteiten getrokken (2024: € 0,0 miljoen). Voor een nadere toelichting omtrent voorwaarden en zekerheden wordt verwezen naar paragraaf 10.5.33.

10.5.29 Schulden aan rechtspersonen en vennootschappen die een deelneming hebben in de rechtspersoon of waarin de rechtspersoon een deelneming heeft

        2025 2024
           
OBV C.V       0 120
           
        0 120

10.5.30 Schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen

        2025 2024
           
Omzetbelasting       18.598 21.907
Loonbelasting       2.485 2.032
Vennootschapsbelasting       529 3.806
           
        21.612 27.745
De schulden ter zake van belastingen, premies sociale verzekeringen en pensioenen hebben een looptijd korter dan 1 jaar.

10.5.31 Overige schulden

        2025 2024
           
Derivaten       744 973
Onderhanden projecten       4.553 389
Kortlopend deel overige langlopende schulden       4.802 4.134
           
        10.099 5.496

Overige

Een nadere toelichting op de onderhanden projecten is opgenomen onder paragraaf 10.5.12 Onderhanden projecten.

De overige schulden hebben een looptijd korter dan 1 jaar.

10.5.32 Overlopende passiva

        2025 2024
           
Nog te betalen rente       34.382 31.688
Vooruit ontvangen huren       12.511 10.923
Servicekosten       5.395 4.858
Personeelskosten       2.551 2.266
Te betalen pensioenpremies       149 145
Nog te betalen zakelijke lasten       80 252
Nog te betalen projectkosten       4.175 2.056
Diversen overlopende passiva       2.629 3.718
           
        61.872 55.906
De overlopende passiva hebben een looptijd korter dan 1 jaar.

10.5.33 Financiële instrumenten en risicobeheersing

Algemeen

De Alliantie maakt in de normale bedrijfsuitoefening gebruik van uiteenlopende financiële instrumenten die de Alliantie blootstelt aan markt-, rente-, kasstroom-, krediet- en liquiditeitsrisico. De Alliantie zet afgeleide financiële instrumenten in om risico’s te beheersen. Afgeleide instrumenten worden niet ingezet voor handelsdoeleinden. De Alliantie heeft kaders vastgelegd om de omvang van het kredietrisico bij elke tegenpartij of markt te beperken. Dit is uitgewerkt in het treasury statuut en het treasury jaarplan.

Kredietrisico

De Alliantie loopt kredietrisico over leningen en vorderingen opgenomen onder financiële vaste activa, handels- en overige vorderingen, liquide middelen en de positieve marktwaarde van afgeleide financiële instrumenten. Het maximale kredietrisico van de Alliantie bedraagt € 170,2 miljoen, bestaande uit overige vorderingen, liquide middelen en huurdebiteuren.

De vorderingen van de Alliantie uit hoofde van (huur)debiteuren en overige vorderingen ad € 14,6 miljoen zijn gespreid over een groot aantal huurders/debiteuren en is voor € 4,3 miljoen voorzien. De vordering op Stimuleringsfonds Volkshuisvesting inzake verstrekte startersleningen opgenomen bedraagt € 2,6 miljoen, voor deze post is Nationaal Hypotheek Garantie afgegeven. De liquide middelen ad € 157,2 miljoen betreffen positieve bankstanden bij BNG en ING. Deze partijen hebben een rating van respectievelijk AAA en A+. Met deze huisbankiers bestaat een langdurige relatie.

In het treasury statuut is opgenomen dat het aanhouden van liquide middelen uitsluitend bedoeld is voor het beperken van financieel beleid en voor het borgen van de financiële continuïteit. Daarnaast is opgenomen dat de banken een minimale rating van A bij twee rating bureaus dienen te hebben. De Alliantie heeft alleen gelden uitstaan bij banken die hieraan voldoen. Onze huisbankiers ING en BNG voldoen hier ruim aan.

Renterisico en kasstroomrisico

De Alliantie loopt renterisico over de rentedragende vorderingen en schulden en herfinanciering van bestaande schulden. Voor schulden met variabele renteafspraken loopt de Alliantie risico ten aanzien van de toekomstige kasstromen. Met betrekking tot bepaalde variabel rentende schulden heeft de Alliantie rentederivaten afgesloten, waarbij de variabele rente wordt omgezet naar een vaste rente. Het renterisico van de variabele rente leningen is voor € 68,5 miljoen afgedekt door derivaten. Een bedrag van € 5,5 miljoen is niet afgedekt door derivaten.

Het rente- en looptijdenbeleid van de Alliantie is erop gericht de renteresultaten te optimaliseren, rekening houdend met de wettelijke en interne kaders. Bij de keuze voor looptijden wordt rekening gehouden met een optimale spreiding van de portefeuille in tijd en omvang. Hierbij wordt een jaarlijkse norm van niet meer dan 15% renterisico (inclusief herfinanciering) gehanteerd. Het jaarlijkse renterisico (in % van de restanthoofdsom aan het begin van het jaar) wordt berekend als de som van:

  • het bedrag aan aflossingen van leningen in een jaar, vermeerderd met
  • de restanthoofdsom van rentetypisch langlopende financiering die in een jaar een renteaanpassing krijgt.

Op basis van de leningenportefeuille ziet het renterisico er als volgt uit:

Financieringsbeleid

Het beleid van de Alliantie is dat het renterisico van nieuwe financieringen niet met derivaten mag worden afgedekt.

Afgeleide instrumenten

Aantal ultimo Notional Marktwaarde Off balance On balance
2025 2024 2025 2024 2025 2024 2025 2024 2025 2024
6 6 68.500 68.500 -4.727 -10.781 -4.727 -10.781 0 0

Voor de plain vanilla swaps is ultimo 2025 kostprijs hedge accounting toegepast. Alle plain vanilla swaps zijn effectief gehedged. De plain vanilla swaps hebben een gemiddelde rente van 3,85% en een gemiddelde resterende looptijd van 13,1 jaar. Indien de marktrente met 200 basispunten zou dalen dan bedraagt de marktwaarde € 17,4 miljoen negatief (2024: € 26,5 miljoen negatief).

De marktwaarde is gebaseerd op de opgave van de bank die wordt gecontroleerd aan de hand van de marktwaarde volgens Bloomberg op basis van de Ester curve van 31 december 2025. Met het eigen kredietrisico en tegenpartij kredietrisico is geen rekening gehouden.

In 2025 hebben geen mutaties plaatsgevonden

Valutarisico

De Alliantie is alleen werkzaam in Nederland en loopt geen valutarisico’s.

Prijsrisico

De Alliantie heeft geen aandelen in beurs- en niet beursgenoteerde aandelen en loopt derhalve geen prijsrisico.

Liquiditeitsrisico

De Alliantie bewaakt de liquiditeitspositie door middel van opvolgende liquiditeitsbegrotingen. Het management ziet erop toe dat voor de Alliantie steeds voldoende liquiditeiten beschikbaar zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen en dat tevens voldoende financiële ruimte onder de beschikbare faciliteiten beschikbaar blijft om steeds binnen de gestelde rekening-courant faciliteiten bij de huisbankiers te blijven.

De Alliantie loopt geen liquiditeitsrisico op de derivaten, aangezien de Alliantie geen marktwaarde-verrekeningscontracten heeft met tegenpartijen (Clause Settlement Agreement ofwel CSA). Derivaten zijn aangegaan ter dekking van het renterisico op variabel rentende leningen. Indien wordt voldaan aan de voorwaarden van hedge accounting, wordt de hedgerelatie verwerkt overeenkomstig de regels van kostprijs hedge accounting.

De Alliantie heeft geen verplichtingen uit hoofde van margin calls.

Breakclausules

Daarnaast wordt liquiditeitsrisico gelopen uit hoofde van in afgeleide financiële instrumenten-contracten opgenomen breakclausules. Deze niet ongebruikelijke breakclausules geven partijen het recht en soms de plicht op bepaalde momenten tijdens de contractduur de overeenkomst op te zeggen. Bij de beëindiging van de overeenkomst op basis van deze breakclausules wordt de marktwaarde afgerekend. Wanneer de breakclausules in werking treden, leidt dit tot een liquiditeitsrisico voor de Alliantie (bij een negatieve marktwaarde).

De Alliantie heeft ultimo 2025 derivatencontracten met een notional bedrag van € 18,5 miljoen met een negatieve marktwaarde ultimo 2025 van € 2,0 miljoen waarbij sprake is van breakclausules. De eerste breakclausule is op 1 april 2026.

De Alliantie heeft de breakclausules zoveel mogelijk gespreid in de tijd, zodat het liquiditeitsrisico in enig jaar beperkt blijft. Hieronder een overzicht van de breakclausules per swap:

Swap- Break- Marktwaarde Notional Marktwaarde Marktwaarde
nummer jaar per 31-12-25   - 100 bp - 200 bp
14 2026 -503 10.000 -2.521 -4.539
23 2030 -1.462 8.500 -2.565 -3.667
Totalen   -1.965 18.500 -5.086 -8.206

Liquiditeitsvereisten

In de Woningwet, en uitgewerkt in het BTIV, is voorgeschreven dat de toegelaten instellingen met zogenaamde breakclausules in de contracten een liquiditeitsbuffer aanhouden (voortschrijdend een jaar vooruit) om de marktwaarde van de derivaten te kunnen afrekenen als de bank het (derivaten-)contract op het break moment wenst te ontbinden.

Voor woningcorporaties is een liquiditeitsbuffer benodigd om aan een rentedaling van 200 basispunten te kunnen voldoen. Deze buffer dient 1 jaar voor de datum van de breakclausule beschikbaar te zijn.

De Alliantie beschikt per 31 december 2025 over een liquiditeitsbuffer van € 21,8 miljoen verdeeld over variabele hoofdsomleningen. Deze buffer is voldoende om per balansdatum een rentedaling van 200 basispunten op te vangen voor de swaps met breakclause in de jaren 2026 en 2030. De negatieve marktwaarde van deze swaps bedragen bij een rentedaling van 200 basispunten € 8,2 miljoen.

Basisrenteleningen

Tevens is sprake van liquiditeitsrisico op basisrenteleningen. Indien op het moment van herziening van de kredietopslag de bank en de Alliantie geen overeenstemming bereiken over de opslag, wordt de kredietovereenkomst beëindigd en dient de lening te worden terugbetaald. Op de herzieningsdatum dient de Alliantie het verschil tussen de basisrente en de actuele kapitaalmarktrente over de resterende looptijd af te rekenen. In de volgende tabel zijn de herzieningsdata opgenomen van de basisrenteleningen.
Intern lening-
nummer
Hoofdsom Eindjaar Spread- herziening Rente inclusief kredietopslag Kredietopslag
           
563 30.000 2059 02-07-2035 4,312% 0,340%
567 10.000 2058 02-01-2026 3,740% 0,050%
568 10.000 2058 02-01-2026 3,970% 0,050%
570 30.000 2060 02-05-2035 3,810% 0,340%
573 16.500 2058 03-01-2028 3,445% 0,145%
574 25.000 2057 03-09-2057 2,830% 0,290%
575 33.000 2057 02-01-2037 3,230% 0,370%
576 40.000 2056 01-06-2026 4,478% 0,480%
954 10.000 2058 02-01-2026 3,910% 0,050%
           
Totaal 204.500        

Concentratie liquiditeitsrisico

De Alliantie zorgt voor diversificatie van de liquiditeitsbronnen en het behoud van toegang bij meerdere banken en andere financiële instellingen waar liquiditeiten kunnen worden verkregen en besteedt aandacht aan de gevolgen van het wegvallen van deze financieringsbronnen. De partijen waarbij leningen zijn afgesloten bestaan uit de volgende instellingen:
Geldverstrekkers 31-12-2025 31-12-2024
N.V. Bank Nederlandse Gemeenten 1.632.071 1.590.175
De Nederlandse Waterschapsbank N.V. 947.732 913.029
Financiële instellingen (niet zijnde banken) 450.700 450.700
Overige 263.000 203.000
  3.293.503 3.156.904
Uit bovenstaande opstelling blijkt dat het liquiditeitsrisico is geconcentreerd bij de N.V. Bank Nederlandse Gemeenten en de Nederlandse Waterschapsbank N.V.. De N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) is een bank van en voor overheden en instellingen van maatschappelijk belang. BNG is een structuurvennootschap. Aandeelhouders van de bank zijn uitsluitend overheden. De Staat is houder van de helft van de aandelen, de andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De Nederlandse Waterschapsbank N.V. is een financiële dienstverlener voor de overheidssector. Alle aandelen van de bank zijn in handen van overheden. Het risico dat leningen worden opgeëist bij een faillissement is hiermee voor deze banken beperkt.

Mitigerende maatregelen

De Alliantie ziet erop toe dat er voldoende opvraagbare tegoeden zijn om gedurende een periode van 90 dagen de verwachte operationele kosten te dekken, inclusief het voldoen aan de financiële verplichtingen. Hierin is geen rekening gehouden met het eventuele effect van extreme omstandigheden die redelijkerwijs niet kunnen worden voorspeld, zoals natuurrampen.

De Alliantie beschikt over, niet door zakelijk gedekte zekerheden, faciliteiten in rekening courant bij twee huisbankiers met een gezamenlijke omvang van € 100 miljoen (2024: € 100 miljoen).

  • De kredietfaciliteit bij de Bank Nederlandse Gemeenten. Deze bestaat per 31 december 2025 uit een rekening-courant ad € 55 miljoen (2024: € 55 miljoen). De rente hierop is gebaseerd op 1 maands Euribor met een opslag. Hiervan is per 31 december 2025 een bedrag van € 30,4 miljoen (2024: € 0,0 miljoen) opgenomen. De looptijd van het krediet is voor onbepaalde tijd en dus gecommitteerd.
  • De kredietfaciliteit bij ING. Deze bestaat per 31 december 2025 uit rekening-courant ad € 45 miljoen (2024: € 45 miljoen). De rente hierop is gebaseerd op 1 maands Euribor met een opslag. Hiervan is per 31 december 2025 geen bedrag (2024: idem) opgenomen. De looptijd wordt jaarlijks stilzwijgend verlengd en is daarmee voor een jaar gecommitteerd.

De volgende zekerheden zijn verstrekt:

  • Pandrecht op vorderingen, waardepapieren, effecten en andere financiële instrumenten;
  • Negative pledge / pari passu;
  • Cross default verklaring afgegeven door Stichting de Alliantie.

Reële waarde

De reële waarde van de leningen wordt gedefinieerd als de contante waarde van de kasstromen in de leningenportefeuille waarbij een disconteringsvoet, gebaseerd op actuele marktrente, voor soortgelijke leningen wordt gehanteerd.

De reële waarde van de leningenportefeuille bedraagt € 2.938 miljoen (2024: € 3.181 miljoen).

De reële waarde van de derivatenportefeuille bedraagt € 4,7 miljoen negatief (2024: € 10,8 miljoen negatief). Onder de schulden is een verplichting uit hoofde van derivaten-contracten opgenomen van € 11,5 miljoen die betrekking heeft op derivaten die een negatieve startwaarde hadden op het moment van aanvangen van een kostprijshedgeaccounting relatie.

De wijzigingen in reële waarde van rente- en valutaderivaten waarop kostprijshedgeaccounting wordt toegepast en de in de winst-en-verliesrekening verwerkte ineffectiviteit, is ultimo boekjaar als volgt:

Kostprijs hedge/(in)effectiviteit
  31-12-2025 31-12-2024
Cumulatief waardeveranderingen effectief deel hedge relatie -4.727 -10.781
Cumulatief waardeveranderingen ineffectief deel hedge relatie 0 0
Cumulatief waardeveranderingen niet gehedgde deel 0 0
Waarvan in de winst-en-verliesrekening (in verslagjaar) 0 0

10.5.35 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Investerings- en onderhoudsverplichtingen

Per 31 december 2025 zijn verplichtingen aangegaan voor nieuwbouw, renovatie en onderhoud ten behoeve van onroerende en roerende zaken voor een bedrag ter grootte van € 675,8 miljoen (2024: € 405,2 miljoen). Deze verplichtingen komen naar verwachting tot afwikkeling in een periode van 1 tot 3 jaar na balansdatum.

Obligoverplichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw

Gebaseerd op artikel 18 van het Reglement van Deelneming van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) hebben toegelaten instellingen een obligoverplichting naar het WSW. De verplichting is voorwaardelijk. Dit obligo is opeisbaar indien het totale risicovermogen van het WSW onder het garantieniveau (0,65% van het geborgd schuldrestant) daalt.

De obligoverplichting bestaat uit het jaarlijks obligo en het gecommitteerd obligo.

De maximale netto omvang van het jaarlijks obligo is vastgesteld op 0,65% van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Bij het huidige tarief van 25,8% vennootschapsbelasting resulteert dit in een maximale omvang van het jaarlijkse obligo van 0,4823% bruto. De jaarlijkse obligoheffing wordt verantwoord onder overige organisatiekosten.

Wanneer het jaarlijks obligo onvoldoende is om het risicovermogen aan te vullen doet het WSW een beroep op het gecommitteerd obligo. Het gecommitteerd obligo stellen de deelnemers zeker door middel van een obligolening. De obligolening is een door het WSW geborgde variabele hoofdsomlening die deelnemer aangaat met een geldgever en waarvan na trekking de gelden rechtstreeks worden gestort op een daartoe aangewezen rekening van het WSW. De obligolening weegt voor de totale hoofdsom mee in de dekkingsratio en onderpandsratio van de deelnemer.

Jaarlijks stelt het WSW de omvang van het gecommitteerd obligo vast op basis van het schuldrestant per 31 december van het laatst verstreken kalenderjaar. Indien nodig verzoekt het WSW de deelnemer vervolgens om de hoogte van de obligolening hierop aan te passen.

Wanneer het WSW een beroep doet op het gecommitteerd obligo heeft de deelnemer - naast een trekking op de obligolening - de mogelijkheid om aan dit verzoek te voldoen door storting van liquide middelen dan wel een combinatie van beide.

De Alliantie heeft ultimo 2025 € 73,9 (2024: € 69,0) miljoen aan obligolening (met variabele hoofdsom) aangetrokken. In 2025 is geen bedrag op de lening getrokken noch heeft storting van liquide middelen plaatsgevonden.

Bijdrageheffing kosten Autoriteit woningcorporaties

In artikel 61c van de Woningwet is bepaald dat toegelaten instellingen moeten betalen voor de kosten van de Autoriteit woningcorporaties. Hiertoe moet de Aw jaarlijks uiterlijk op 1 oktober bij de toegelaten instellingen een bijdrageheffing innen. Artikel 121 van het BTIV bevat de wettelijke grondslag voor de berekeningswijze en de procedure.

De bijdrageheffing Aw is een jaarlijks terugkerende heffing. De bijdrageheffing van de Aw kent een tarief voor alle woongelegenheden in eigendom van de toegelaten instelling en haar dochtermaatschappijen en een tarief per € 1.000 WOZ-waarde (beide) op 31 december van het voorafgaande jaar.

Heffing voor saneringssteun

De Aw heeft middels een besluit conform artikel 115 BTIV aan de corporatiesector de mogelijkheid een heffing voor saneringssteun op te leggen. Overeenkomstig de berekeningswijze in artikel 116 BTIV wordt deze heffing verdeeld over alle toegelaten instellingen. Het WSW heeft aangegeven dat op dit moment de verwachting is dat er geen sprake zal zijn van een heffing voor saneringssteun in de jaren 2026-2035.

Verplichting persoonsgebonden loopbaanbudget

In de CAO van 2025-2027 is een persoonsgebonden loopbaanbudget afgesproken. Elke medewerker krijgt afhankelijk van indiensttreding een budget toegekend dat jaarlijks verhoogd wordt. Het maximale budget per medewerker bij een deeltijdpercentage van 100% bedraagt € 4.500. Besteding dient in ieder geval plaats te vinden aan niet functiegebonden opleidingen. Een budget dat niet is besteed vervalt bij uitdiensttreding van de medewerker. Het totale budget voor alle medewerkers bedraagt € 2,1 miljoen eind 2025.

Meerjarige financiële verplichtingen

Erfpachtverplichtingen
Een deel van de onroerende goederen is gebouwd op grond met erfpachtverplichtingen. Het totale bedrag aan canonverplichtingen bedraagt € 38,8 miljoen. De canonverplichtingen lopen van het jaar 2026 tot en met het jaar 2062.
Niet langer dan 1 jaar €999 
Tussen 1 en 5 jaar €3.956 
Langer dan 5 jaar €33.848 
  €38.803 
Huurverplichtingen

Het jaarlijkse bedrag van met derden aangegane huurverplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal € 2,3 miljoen. € 0,8 miljoen heeft een looptijd van meer dan een jaar. Er zijn geen verplichtingen met een looptijd van meer dan 5 jaar. De huurverplichtingen lopen van 1 tot 5 jaar.

Operationele leases

Ultimo 2025 bedraagt de totale leaseverplichting € 2,8 miljoen (2024: € 3,1 miljoen). € 0,9 miljoen heeft een looptijd van minder dan een jaar.

Borgstelling

De per 31 december 2024 verstrekte borgstellingen bedragen in totaal € 0,2 miljoen (2024: € 0,2 miljoen).

Aansprakelijkheid

De Alliantie draagt hoofdelijke aansprakelijkheid voor samenwerkingsverbanden zonder specifieke rechtspersoonlijkheid. De risico’s hiervan zijn afgedekt doordat de Alliantie via een separate besloten vennootschap deelneemt in een samenwerkingsverband dat een aansprakelijkheid met zich mee brengt.

Claims

Tegen de Alliantie zijn diverse claims ingediend die door haar worden betwist. Hoewel de afloop van deze geschillen niet met zekerheid kan worden voorspeld, wordt – mede op grond van ingewonnen juridisch advies – verondersteld dat deze geen materiële invloed van betekenis zullen hebben op de geconsolideerde financiële positie van de Alliantie.

Overige niet in de balans opgenomen verplichtingen

De Alliantie heeft een verplichting van € 20,4 miljoen afgesloten met derden om toe te treden tot een B.V./C.V. Combinatie voor een belang van 1/3 deel onder de ontbindende voorwaarde dat goedkeuring is verkregen van de Autoriteit Wonen uiterlijk op 31 maart 2026.